Prednisolone 1% Fl Inj 100ml Vmd
Op voorschrift
Diergeneesmiddel

Prednisolone 1% Fl Inj 100ml Vmd

  € 29,59
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Vermijd direct contact met de injectievloeistof. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidone bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Dit diergeneesmiddel mag niet toegediend worden door vrouwen die zwanger zijn of vermoedelijk zwanger zijn. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij honden tijdens dracht, lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidone bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Het gebruik van corticosteroïden wordt afgeraden bij drachtige dieren. Bij proefdieren is bekend dat toediening gedurende de vroege dracht foetale afwijkingen veroorzaakte. Toediening gedurende de late dracht veroorzaakt vaak abortus of een vroeggeboorte bij herkauwers en kan een gelijkaardig effect hebben bij andere diersoorten. De toediening tijdens de lactatie moet met de nodige omzichtigheid gebeuren. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Antihistaminica, barbituraten en fenytoïne stimuleren het metabolisme van de corticosteroïden door enzyminductie en verminderen dus de activiteit van prednisolone. Anderzijds potentialiseert prednisolone de werking van barbituraten. Gelijktijdig gebruik van anticholinergica kan de oogdruk doen verhogen. Prednisolone antagoniseert de effecten van insuline. Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota): Een overdosering kan voorkomen bij een te lange therapieduur. De effecten welke optreden bij zulke relatieve overdosering werden hoger beschreven. Antidota: Symptomatische geneesmiddelen (diuretica, kalium). Belangrijke onverenigbaarheden: Corticosteroïden zijn onverenigbaar met alkalische stoffen en oxidantia.

Indicaties voor gebruik

Voor de symptomatische behandeling van ontstekingsprocessen. Hierbij dient een causale therapie

simultaan te worden ingesteld.

Voor de symptomatische behandeling van allergische reacties.

hond

Per ml:

Werkzaam bestanddeel:

Prednisolone 10 mg

Hulpstoffen:

Benzylalcohol: 20 mg

N-methylpyrrolidone: 0,5 ml

Lichtgele heldere oplossing, vrij van zichtbare deeltjes.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Antihistaminica, barbituraten en fenytoïne stimuleren het metabolisme van de corticosteroïden door enzyminductie en verminderen dus de activiteit van prednisolone. Anderzijds potentialiseert prednisolone de werking van barbituraten. Gelijktijdig gebruik van anticholinergica kan de oogdruk doen verhogen. Prednisolone antagoniseert de effecten van insuline.

  1. Bijwerkingen Hond Onbepaalde frequentie (kan niet worden geschat op basis van beschikbare gegevens): Acute pancreatitis, Maagdarmzweren4 Androgene werking1 , Diabetes mellitus, Aandoening van het endocriene systeem7 Hepatomegalie Andere aandoening van het immuunsysteem3 Hypokaliëmie, Verhoogde leverenzymen, Andere abnormale testresultaten5 Spierzwakte, osteoporose Polyurie2 Textuurverandering van de huid6 Oedeem, polydipsie2 , polyfagie2 , Vertraagde genezing, Geboorteafwijking8 1 Licht effect, als gevolg van de metabolisering van glucocorticoïden in 17-ketosteroïden. 2 Met name aan het begin van de behandeling 3 Immunosuppressieve werking, kan de weerstand tegen infecties verzwakken of bestaande infecties verergeren. In het geval van virale infecties kunnen corticosteroïden het verloop van de ziekte versnellen. Het wordt aanbevolen corticosteroïden niet toe te dienen aan dieren met schimmelinfecties. 4 Bij dieren die niet-steroïdale ontstekingsremmers gebruiken 5 Veranderingen in biochemische en hematologische parameters in het bloed, afname van lymfoïd weefsel 6 Huidatrofie 7 Storing van de hypothalamus-hypofyse-bijnieras (iatrogene bijnier); 8 Foetotoxiciteit Bijwerkingen worden vooral waargenomen bij langdurige behandeling of hoge doses. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be

Niet gebruiken bij hart- en leverinsufficiëntie, diabetes mellitus, verzwakte dieren, drachtige dieren, recente chirurgische ingreep, virale infectie, vaccinatie, maagaandoeningen, intens parasitisme en glaucoomantecedenten.

Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij honden tijdens dracht, lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidone bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Het gebruik van corticosteroïden wordt afgeraden bij drachtige dieren. Bij proefdieren is bekend dat toediening gedurende de vroege dracht foetale afwijkingen veroorzaakte. Toediening gedurende de late dracht veroorzaakt vaak abortus of een vroeggeboorte bij herkauwers en kan een gelijkaardig effect hebben bij andere diersoorten. De toediening tijdens de lactatie moet met de nodige omzichtigheid gebeuren.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Algemene therapie:

Hond: 0,5 - 2,5 mg prednisolone/kg l.g. (= 0,05 - 0,25 ml Prednisolone 1%/kg l.g.).

De startdosis wordt individueel per dier bepaald en deze dosis wordt gradueel verlaagd tot een

effectieve onderhoudsdosis. Deze wordt bij voorkeur 's morgens gegeven om het circadiane ritme van

the plasmacortisol niet te verstoren.

De oplossing toedienen door middel van een intramusculaire injectie.

CNK 1400209
Organisaties V.M.D.
Hoeveelheid verpakking 100
Actieve ingrediënten prednisolon
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)