Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Het gebruik van het diergeneesmiddel dient plaats te vinden op grond van gevoeligheidstesten van uit het dier geïsoleerde bacteriën. Als dit niet mogelijk is, dient de behandeling gebaseerd te zijn op lokale (regionaal/bedrijfsniveau) epidemiologische informatie over de gevoeligheid van de betreffende bacteriën. Wanneer het diergeneesmiddel anders wordt gebruikt dan aangegeven in de SPC kan dit het aantal bacteriën dat resistent is tegen het diergeneesmiddel verhogen en de effectiviteit van behandeling met andere klasse van antimicrobiële middelen verminderen vanwege de mogelijkheid van kruisresistentie. Wanneer het diergeneesmiddel wordt gebruikt dient rekening gehouden te worden met het officiële en nationale beleid ten aanzien van antimicrobiële middelen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient Bij personen met overgevoeligheid voor sulfonamiden kan het diergeneesmiddel een allergische reactie veroorzaken. Personen met een bekende overgevoeligheid voor sulfonamiden moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. . Voorkom zelfinjectie. In geval van accidentele zelfinjectie of indien symptomen zoals huiduitslag optreden na blootstelling, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en deze waarschuwing te worden getoond. Zwelling van het gezicht, lippen of ogen, en ademhalingsproblemen zijn ernstige symptomen die dringende medische zorg vereisen. Was uw handen na gebruik. Dit diergeneesmiddel kan huid- en oogirritatie veroorzaken. Voorkom contact van de huid en de ogen met het diergeneesmiddel. In geval van accidenteel contact, was de betreffende gebieden overvloedig met schoon water. Raadpleeg een arts indien de symptomen blijven aanhouden. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zwangere vrouwen en vrouwen die vermoedelijk zwanger zijn, moeten het diergeneesmiddel met grote voorzichtigheid gebruiken om onbedoelde zelfinjectie te voorkomen. Dracht en lactatie De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij runderen, varkens, handen en katten tijdens dracht, lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N�methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
Indicaties voor gebruik
Behandeling van infecties veroorzaakt door of geassocieerd met organismen die gevoelig zijn voor de
combinatie trimethoprim-sulfadiazine.
Elke ml bevat:
Werkzame bestanddelen:
Sulfadiazine 200 mg
Trimethoprim 40 mg
Hulpstof:
N-methylpyrrolidon 510 mg
Heldere, groengele tot bruingele oplossing, nagenoeg deeltjesvrij.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Lokale anesthetica die behoren tot de groep van p-aminobenzoëzuren van het ester-type (procaïne, tetracaïne) kunnen de werking van sulfonamiden plaatselijk remmen.
Niet combineren met andere diergeneesmiddelen.
Overdosering:
Geen bekend
Belangrijke onverenigbaarheden:
Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.
Runderen, varkens, honden en katten:
Soms
(1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren):
Anafylactische shock a,b aPotentieel fataal b Na de toediening van gepotentieerde sulfonamidebereidingen, meestal na een intraveneuze injectie.
Bij intraveneuze toediening dient de injectievloeistof eerst tot lichaamstemperatuur te worden opgewarmd en dan zo langzaam mogelijk te worden toegediend. Bij de eerste tekenen van intolerantie moet de injectie gestopt en een shocktherapie ingesteld worden.
Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: Mail: adversedrugreactionsvet@fagg-afmps.be mailto:adversedrugreactionsvet@fagg-afmps.be
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of één van de hulpstoffen.
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan een ernstige lever- of nierinsufficiëntie of aan bloeddyscrasie.
Niet gebruiken in geval van verminderde wateropname of verlies van lichaamsvocht.
Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zwangere vrouwen en vrouwen die vermoedelijk zwanger zijn, moeten het diergeneesmiddel met grote voorzichtigheid gebruiken om onbedoelde zelfinjectie te voorkomen. Dracht en lactatie De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij runderen, varkens, handen en katten tijdens dracht, lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N�methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
Het diergeneesmiddel is bestemd voor intramusculaire, intraveneuze of subcutane toediening.
Teneinde een juiste dosering te berekenen, dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk te worden bepaald.
Runderen en varkens:
Aanbevolen dosering: 2,5 mg trimethoprim / 12,5 mg sulfadiazine per kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml diergeneesmiddel per 16 kg lichaamsgewicht) intramusculair of langzaam intraveneus in te spuiten, eenmaal per dag tot 2 dagen nadat de symptomen verdwenen zijn tot een maximum van 5 dagen. Het maximale injectievolume per intramusculaire injectieplaats bedraagt 5 ml bij een varken en 15 ml bij een rund. De intraveneuze injectie kan worden toegepast wanneer snel adequate concentraties trimethoprim en sulfadiazine in het bloed vereist zijn.
Honden en katten:
Aanbevolen dosering: 5 mg trimethoprim / 25 mg sulfadiazine per kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml diergeneesmiddel per 8 kg lichaamsgewicht) uitsluitend via subcutane injectie, eenmaal per dag tot 2 dagen nadat de symptomen verdwenen zijn tot een maximum van 5 dagen. De aanbevolen injectieplaats bij een hond is de losse huid bovenaan de nek.
De afsluitdop dient niet meer dan 40 keer worden aangeprikt.
| CNK | 3748837 |
|---|---|
| Organisaties | Dechra veterinary products |
| Hoeveelheid verpakking | 100 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |