Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Er is kruisresistentie aangetoond tussen tulathromycine en andere macroliden, lincosamiden en groep B streptograminen bij de doelpathogenen. Het gebruik van het diergeneesmiddel moet zorgvuldig worden overwogen als gevoeligheidstesten resistentie tegen tulathromycine hebben aangetoond, aangezien de werkzaamheid verminderd kan zijn. Niet tegelijkertijd toedienen met antimicrobiële middelen met een soortgelijk werkingsmechanisme zoals andere macroliden of lincosamiden. Schaap De werkzaamheid van de antimicrobiële behandeling van rotkreupel kan verminderd worden door andere factoren, zoals natte omgevingsomstandigheden, alsook ongepaste bedrijfsvoering. Behandeling van rotkreupel moet daarom samen met andere aanpassingen in het koppelmanagement worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het zorgen voor een droge omgeving. Antibiotische behandeling van goedaardige rotkreupel wordt niet wenselijk geacht. Tulathromycine toonde beperkte werkzaamheid bij schapen met ernstige klinische verschijnselen of chronische rotkreupel, en moet daarom alleen worden toegediend in een vroeg stadium van rotkreupel. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Indien er een overgevoeligheidsreactie optreedt, dient onmiddellijk een passende behandeling te worden gegeven. Het gebruik van het diergeneesmiddel dient plaats te vinden op grond van gevoeligheidstesten van uit het dier geïsoleerde bacteriën. Als dit niet mogelijk is, dient de behandeling gebaseerd te zijn op lokale (regionaal/bedrijfsniveau) epidemiologische informatie en kennis over de gevoeligheid van de betreffende bacteriën. Gebruik van het diergeneesmiddel dient in overeenstemming te zijn met het officiële, nationale en regionale beleid ten aanzien van antimicrobiële middelen. Wanneer het diergeneesmiddel anders wordt gebruikt dan aangegeven in de SPC kan dit het aantal bacteriën dat resistent is tegen tulathromycine verhogen en de effectiviteit van behandeling met andere macroliden, lincosamiden en groep B streptograminen verminderen vanwege de mogelijkheid van kruisresistentie. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient Tulathromycine is irriterend voor de ogen. In geval van accidentele blootstelling van de ogen, dienen de ogen onmiddellijk met schoon water te worden gespoeld. Tulathromycine kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid, wat kan leiden tot bijv. rood worden van de huid (erytheem) en/of dermatitis. In geval van accidenteel contact met de huid, dient de huid onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep. Handen wassen na gebruik. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Indien er een vermoeden bestaat van een overgevoeligheidsreactie na accidentele blootstelling (herkenbaar door bijv. jeuk, ademhalingsmoeilijkheden, netelroos, zwelling in het gezicht, misselijkheid, braken), dient een passende behandeling te worden gegeven. Raadpleeg onmiddellijk een arts en toon de bijsluiter of het etiket.
Rund Behandeling en metafylaxe van luchtwegaandoeningen bij het rund (BRD) geassocieerd met Mannheimia haemolytica, Pasteurella multocida, Histophilus somni en Mycoplasma bovis, gevoelig voor tulathromycine. Voordat het diergeneesmiddel gebruikt wordt, dient aanwezigheid van de ziekte in de groep aangetoond te zijn. Behandeling van infectieuze bovine keratoconjunctivitis (IBK) geassocieerd met Moraxella bovis, gevoelig voor tulathromycine. Varken Behandeling en metafylaxe van respiratoire aandoeningen bij het varken (SRD) die geassocieerd zijn met Actinobacillus pleuropneumoniae, Pasteurella multocida, Mycoplasma hyopneumoniae, Haemophilus parasuis en Bordetella bronchiseptica gevoelig voor tulathromycine. Voordat het diergeneesmiddel gebruikt wordt, dient aanwezigheid van de ziekte in de groep aangetoond te zijn. . Het diergeneesmiddel dient alleen te worden gebruikt als verwacht wordt dat de varkens binnen 2-3 dagen ziek zullen worden. Schaap Behandeling van de vroege stadia van infectieuze pododermatitis (rotkreupel) geassocieerd met virulente Dichelobacter nodosus, die een systemische behandeling vereist.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Geen bekend.
Rund: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Pijn op de injectieplaats1 , Zwelling op de injectieplaats2 , Oedeem op de injectieplaats2 , Congestie op de injectieplaats2 , Fibrose op de injectieplaats2 , Bloeding op de injectieplaats2 1 Van voorbijgaande aard. 2 Omkeerbaar en kan ongeveer 30 dagen na injectie aanhouden. Varken: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Oedeem op de injectieplaats1 , Congestie op de injectieplaats1 , Fibrose op de injectieplaats1 , Bloeding op de injectieplaats1 1 Omkeerbaar en kan ongeveer 30 dagen na injectie aanhouden Schaap: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Ongemak (kopschudden, de injectieplaats wrijven, achteruit deinzen)1 1 Tijdelijk, verdwijnt binnen enkele minuten. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of diens lokale vertegenwoordiger met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor macrolide antibiotica of één van de hulpstoffen.
Dracht en lactatie: Uit laboratoriumonderzoek bij ratten en konijnen zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene, foetotoxische of maternotoxische effecten. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts.
| CNK | 4394649 |
|---|---|
| Organisaties | Vaccifar BV |
| Breedte | 5 mm |
| Lengte | 10 mm |
| Diepte | 5 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 100 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |