Tranquinervin 10mg/ml Opl Inj Paard Fl 20ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Tranquinervin 10mg/ml Opl Inj Paard Fl 20ml

  € 25,12
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen:

Voor de eigenaar van het dier: De werkingsduur kan verlengd zijn. Dat moet in acht worden genomen als het paard wordt bereden, omdat acepromazine de prestaties kan beïnvloeden en nog enige tijd in de bloedwaarden te zien kan zijn. Voor de dierenarts: Acepromazine heeft weinig of geen analgetisch effect. Vermijd daarom pijnlijke handelingen, zeker wanneer het dier bekend staat om een onvoorspelbaar karakter. Blijf de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen in acht nemen tijdens de omgang met verdoofde paarden. Tijdens de sedatie kunnen paarden normaal gezien nog scherp zien en horen. Sterke geluiden en snelle bewegingen halen hen mogelijk uit hun verdoofde toestand. Het is dan ook belangrijk om behandelde paarden in een rustige omgeving te houden en zintuiglijke prikkels zo veel mogelijk te vermijden. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Voor de dierenarts: Het kan voorkomen dat algehele anesthesie vereist is in de 4 tot 6 uur volgend op het gebruik van dit diergeneesmiddel. In dergelijke gevallen is het belangrijk de dosis van andere premedicatie en anesthetica te verlagen, zeker van parenteraal toegediende barbituraten, om een te krachtig effect en een sterkere verdovende werking te vermijden. Wordt het diergeneesmiddel toegediend aan hengsten (castraten of hengsten die niet worden gebruikt om te dekken), gebruik dan de laagst aanbevolen dosis om het vereiste effect te bereiken. Acepromazine kan hypothermie veroorzaken door onderdrukking van het thermoregulatiecentrum en perifere vasodilatatie. Acepromazine is een adrenoreceptorblokker, wat hypotensie veroorzaakt en het hematocriet verlaagt. Het diergeneesmiddel dient dan ook met grote voorzichtigheid en alleen in lage doseringen te worden gebruikt inverzwakte paarden en dieren die lijden aan hypovolemie, anemie en shock of aan een cardiovasculaire ziekte. Rehydratatie moet voorafgaan aan de toediening van acepromazine. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Dit diergeneesmiddel bevat een krachtig sedativum. Voorzichtigheid is geboden bij de omgang met en toediening van het diergeneesmiddel, om zelf niet per ongeluk blootgesteld te worden. In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond maar BESTUUR GEEN VOERTUIG, aangezien sedatie kan voorkomen. Een symptomatische behandeling kan vereist zijn. Komt het diergeneesmiddel per ongeluk in de ogen terecht, spoel die dan gedurende 15 minuten zacht met stromend water. Zoek medische hulp als de irritatie aanhoudt. In geval van ongewilde aanraking met de huid, verwijder de vuile kleding en maak de huid schoon met veel zeep en water. Zoek medische hulp als de irritatie aanhoudt. Was de handen en de blootgestelde huid grondig na gebruik. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Dracht: Niet gebruiken (tijdens de gehele drachtperiode of een gedeelte daarvan). Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Voor de dierenarts: Fenothiazines versterken de werking van andere geneesmiddelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken en van algemene anesthesie (zie rubriek over Indicaties). Gebruik dit diergeneesmiddel niet in combinatie met organofosfaten en/of procaïnehydrochloride, omdat dit de werking en eventuele toxiciteit kan versterken. Overdosering: Dosisafhankelijke hypotensie van voorbijgaande aard kan voorkomen bij accidentele overdosering. Zet in dat geval eventuele andere hypotensieve behandelingen stop en zorg voor ondersteunende zorg, zoals een intraveneuze infusie van een warme isotone zoutoplossing om de hypotensie om te keren. Volg het dier nauwgezet. In ernstige gevallen kan een behandeling met norepinefrine geïndiceerd zijn, maar het gebruik daarvan moet gebaseerd zijn op een zorgvuldige baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Epinefrine (adrenaline) is gecontra-indiceerd in de behandeling van acute hypotensie als gevolg van een overdosering van acepromazinemaleaat, aangezien dat de systemische bloeddruk verder kan verlagen. Belangrijke onverenigbaarheden: Voor de dierenarts: Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.

Premedicatie bij anesthesie: Na toediening van acepromazine kan de dosis van het anestheticum die nodig is om anesthesie te induceren, sterk worden verlaagd.

Als kalmeringsmiddel: Acepromazine als kalmeringsmiddel (ataraxie) veroorzaakt een verandering in het temperament die losstaat van hypnose, narcose of uitgesproken sedatie. Daarvan is al sprake bij lage doses van acepromazine. Bij lage doses vermindert acepromazine het angstgevoel, wat het geschikt voor gebruik maakt bij paarden voordat ze worden beslagen of vervoerd.

Sedatie: Bij hogere doseringen is acepromazine een doeltreffend sedativum, als aanvulling op of ter vervanging van het fysiek in bedwang houden, bijvoorbeeld bij tandverzorging, vervoer en beslaan. De ontspannende werking helpt bij een onderzoek van de penis bij paarden en de behandeling van tetanus en slokdarmverstopping.

Per ml: Werkzaam bestanddeel: Acepromazine 10 mg (overeenkomend met 13,55 mg acepromazinemaleaat)

Hulpstoffen: Fenol (bewaarmiddel) 3,0 mg

Heldere gele tot oranje oplossing.

Interacties: Voor de dierenarts: Fenothiazines versterken de werking van andere geneesmiddelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken en van algemene anesthesie (zie rubriek over indicaties). Gebruik dit diergeneesmiddel niet in combinatie met organofosfaten en/of procaïnehydrochloride, want dat kan de werking versterken en eventuele toxiciteit in de hand werken.

Paard: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Verlaagd hematocriet Penisprolapsa,c Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Hypotensie Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Parafimoseb,c Very rare (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Penisdysfunctieb,c Convulsied Overlijdend Onbepaalde frequentie (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare ggevens) Priapismeb,c Desoriëntatied a Tijdelijke verlamming van de retractorspier van de penis. b Parafimose kan soms ontstaan als gevolg van priapisme, hoewel dit slechts heel zeldzaam resulteert in blijvende penisdysfunctie. c Bij extrusie van de penis wordt de eigenaar aangeraden een dierenarts te raadplegen als de penis na 2 à 3 uur nog steeds niet is teruggetrokken. Geschikte behandelingen zijn beschreven in de literatuur over diergeneeskunde, bijvoorbeeld manuele compressie tijdens de algehele anesthesie, penisondersteuning en manuele compressie, gebruik van een Esmarch-verband of de werking van het geneesmiddel omkeren (bv. langzame intraveneuze toediening van benztropinemesylaat). d Kan ontstaan na accidentiele injectie in de arteria carotis. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be

  1. CONTRA-INDICATIES

Niet gebruiken bij bekende gevallen van overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen. Niet toedienen aan dekhengsten. Zie rubriek over bijwerkingen. Niet gebruiken bij drachtige merries. Niet gebruiken bij dieren die al zwaar geagiteerd zijn.

Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Dracht: Niet gebruiken (tijdens de gehele drachtperiode of een gedeelte daarvan).

  1. DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, TOEDIENINGSWEGEN EN WIJZE VAN GEBRUIK

Voor intramusculaire of intraveneuze injectie. Bij intraveneuze injectie wordt aanbevolen de injectie langzaam toe te dienen.

0,03-0,10 mg acepromazine per kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 0,15-0,5 ml diergeneesmiddel per 50 kg lichaamsgewicht.

Gewoonlijk worden enkelvoudige doses acepromazine toegediend. Langdurig gebruik wordt afgeraden. In het zeldzame geval dat een herhalingsdosis vereist is, moet het dosisinterval 36 tot 48 uur bedragen.

CNK 3945177
Organisaties Dechra veterinary products
Breedte 40 mm
Lengte 40 mm
Diepte 90 mm
Hoeveelheid verpakking 20
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)