Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Braken kan geassocieerd zijn met ernstige, de conditie sterk ondermijnende aandoeningen waaronder gastro-intestinale obstructies en derhalve dient er een passende diagnostische beoordeling plaats te vinden. Volgens goede veterinaire praktijken zouden anti-emetica gebruikt moeten worden in combinatie met andere diergeneeskundige en ondersteunende maatregelen, zoals dieetcontrole en vloeistofsubstitutietherapie terwijl de onderliggende oorzaken van het braken aangepakt worden. Het gebruik van het diergeneesmiddel voor de behandeling van braken veroorzaakt door reisziekte wordt niet aanbevolen. Honden: Hoewel de effectiviteit van maropitant bewezen is voor zowel behandeling als preventie van braken veroorzaakt door chemotherapie, bleek de effectiviteit beter te zijn bij preventief gebruik. Het wordt dan ook aanbevolen om het anti-emetische middel toe te dienen vóór toediening van het chemotherapeutische middel. Katten: De effectiviteit van maropitant voor de vermindering van misselijkheid bij katten is aangetoond in een studiemodel (xylazine-geïnduceerde misselijkheid). Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet vastgesteld bij honden jonger dan een leeftijd van 8 weken, of bij katten jonger dan 16 weken en bij drachtige of lacterende honden en katten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Maropitant wordt gemetaboliseerd in de lever en dient daarom met voorzichtigheid gebruikt te worden bij patiënten met leveraandoeningen. Aangezien tijdens een 14-daagse behandelingsperiode stapeling van maropitant optreedt in het lichaam door metabole verzadiging, dient tijdens langdurige behandeling, naast eventuele bijwerkingen, de leverfunctie zorgvuldig te worden gemonitord. Bij dieren die lijden aan of gepredisponeerd zijn voor hartaandoeningen dient maropitant met voorzichtigheid gebruikt te worden, aangezien maropitant affiniteit heeft met de Ca- en K-ion kanalen. In een studie met gezonde Beagles die 8 mg/kg oraal toegediend kregen, werd een verlenging van ongeveer 10% in het QT-interval van het ECG waargenomen; het is echter onwaarschijnlijk dat een dergelijke verlenging van klinische betekenis is. Vanwege de veel voorkomende voorbijgaande pijn tijdens subcutane injectie, kan het nodig zijn aanvullende maatregelen te nemen om de dieren in bedwang te houden. Door het diergeneesmiddel op koelkasttemperatuur te injecteren, kan pijn bij de injectie verminderd worden. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Dit diergeneesmiddel kan overgevoeligheid van de huid veroorzaken. Personen met een bekende overgevoeligheid voor maropitant dienen bij toediening van het diergeneesmiddel grote voorzichtigheid in acht te nemen. Was de blootgestelde huid onmiddellijk na blootstelling met grote hoeveelheden water. Als u symptomen zoals uitslag ontwikkelt na accidentele blootstelling, raadpleeg dan een arts en toon de arts deze waarschuwing. Dit diergeneesmiddel kan irriterend zijn voor de ogen. Vermijd contact met de ogen. In geval van accidenteel contact van het diergeneesmiddel met de ogen, overvloedig spoelen met schoon water. Als er symptomen optreden, dient een arts te worden geraadpleegd. Maropitant is een neurokinine-1 (NK1) receptorantagonist die werkt in het centrale zenuwstelsel. Accidentele zelfinjectie of ingestie kan leiden tot misselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Voorzichtigheid is geboden om accidentele zelfinjectie te vermijden. In geval van accidentele orale inname of zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter te worden getoond. Handen wassen na gebruik. Dracht en lactatie: Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts, aangezien er bij geen enkele diersoort afdoende studies uitgevoerd zijn met betrekking tot toxische effecten tijdens de voortplanting.
Honden
Katten
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Het diergeneesmiddel dient niet tegelijk gebruikt te worden met Ca-kanaal antagonisten aangezien maropitant affiniteit heeft met Ca-kanalen. Maropitant is in hoge mate gebonden aan plasma-eiwitten en kan concurreren met andere middelen die ook sterk plasma-eiwitgebonden zijn.
7. Bijwerkingen Hond, kat: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Pijn op de injectieplaats* Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie-achtige reacties, allergisch oedeem, urticaria, erytheem, collaps, dyspneu, bleke slijmvliezen. Lethargie. Neurologische aandoeningen (bijv. ataxie, convulsie/aanval, spiertrilling) * Kan optreden bij subcutane injectie. Bij ongeveer een derde van de katten werd een matige tot ernstige reactie op injectie waargenomen. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts, aangezien er bij geen enkele diersoort afdoende studies uitgevoerd zijn met betrekking tot toxische effecten tijdens de voortplanting.
Voor subcutaan of intraveneus gebruik. Het diergeneesmiddel dient subcutaan of intraveneus geïnjecteerd te worden, eenmaal daags, in een dosering van 1 mg/kg lichaamsgewicht (1 ml/10 kg lichaamsgewicht) tot maximaal 5 opeenvolgende dagen. Intraveneuze toediening van het diergeneesmiddel dient te worden gegeven als een enkele bolus zonder het diergeneesmiddel te mengen met andere vloeistoffen. Om een juiste dosering te waarborgen dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden. De rubberen stop kan tot 100 keer veilig doorprikt worden.
| CNK | 4749388 |
|---|---|
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |